Robots nemen je baan niet over

Ze zorgen ervoor dat je niet overbelast raakt!

Proberen, proberen

Een Freestyle Robopark, robots die cliënten helpen om structuur in de dag te krijgen en exoskeletten die het tillen voor begeleiders gemakkelijker maken. Bij Siza, aanbieder in de gehandicaptenzorg – je kent ze van Het Dorp van Mies Bouwman – lopen ze voorop als het gaat om robotisering. Projectleider Linda van den Bedem: ‘Het gaat om proberen, proberen, proberen.’

De onderzoeksresultaten

Is er binnen de organisatie een helder beleid geformuleerd rond de inzet van eHealth en domotica?

  • Ja, daar is een beleid voor gemaakt
  • Nee, daar is (nog) geen beleid voor gemaakt
  • Weet ik niet

Worden eHealth en/of domotica op dit moment al ingezet als het gaat om het bieden van zorg door de organisatie?

  • Ja
  • Nee, dat gebeurt nog niet
  • Weet ik niet

En worden eHealth en/of domotica op dit moment al ingezet met betrekking tot secundaire processen binnen de organisatie?

  • Ja
  • Nee, dat gebeurt nog niet
  • Weet ik niet

Krijgen medewerkers binnen de organisatie de mogelijkheid om (direct of indirect) ideeën, wensen of eisen te ventileren over het gebruik van eHealth en/of domotica?

  • Ja
  • Nee
  • Weet ik niet

Op welke wijze worden medewerkers geïnformeerd (of zouden medewerkers geïnformeerd worden) over het gebruik van eHealth en/of domotica?

Tijdens werkoverleg/ (team)vergadering 55%
Via e-mail 37%
Tijdens een demonstratie 30%
Weet ik niet 28%
Tijdens persoonlijke gesprekken 21%
Anders 3%

* Onderzoek door Markteffect Q4 2017 onder 155 professionals met focus op care

Soms best ingewikkeld

Er zijn van die ochtenden dat je bed uitkomen niet gemakkelijk is en je net even te vaak op snooze drukt. Kwestie van korter douchen, ontbijten in de auto en het probleem is opgelost. Maar voor sommige mensen is opstaan écht ingewikkeld. Bijvoorbeeld mensen met een bepaalde vorm van autisme, die letterlijk niet weten hoe ze de dag moeten beginnen. Voor hen is er robot Tessa, die cliënten helpt om structuur aan te brengen. Die hen bijvoorbeeld wakker maakt en vertelt wat ze moeten doen: rechtop gaan zitten, deken van je afslaan, benen uit het bed zwaaien en gaan staan. Dit jaar draait Siza een pilot met Tessa en de ervaringen zijn positief. ‘Cliënten zijn zich bewust van wat er komen gaat’, vertelt Linda van den Bedem, projectleider robotica. ‘Ze weten van te voren dat er een begeleider langskomt en zijn erop voorbereid.’ Het maakt het contact makkelijker.

Een betere wereld

Van den Bedem studeerde werktuigbouwkunde in Eindhoven. Ze promoveerde op de ontwikkeling van een operatierobot die chirurgen meer bewegingsruimte en gevoel geeft, terwijl patiënten sneller zouden moeten genezen. Dat komt doordat ze geen grote wond hebben, maar een paar kleine gaatjes. Via een omweg bij Mars (waar ze samen met medewerkers onder andere verpakkingsmachines aanpaste om kortere reepjes in te kunnen pakken) en Philips (waar ze werkte aan een innovatieve app voor scheerapparaten) kwam ze terecht bij Siza. ‘Ik wilde graag direct betrokken zijn bij de gebruikers en meer voor hen betekenen.’

 

Haar manier van kijken naar de inzet van robotica is in die jaren niet veranderd. Eenvoudig gezegd: het begint met de gebruiker. Een robot moet aansluiten bij wat díé nodig heeft én bij wat betaalbaar is. Vervolgens is het zaak die wensen goed te vertalen in techniek. En te proberen, proberen, proberen. Van den Bedem: ‘Het liefst kortcyclisch, zodat je heel snel aanpassingen kunt doen.’

Leren omgaan met een joystick

Dat gebeurt bijvoorbeeld in het Freestyle Robopark van Siza. Bedoeld voor cliënten die een robotarm hebben. ‘We zien dat veel cliënten meer kunnen halen uit hun robotarm. Dat komt doordat je er echt mee moet leren omgaan. Het is geen kwestie van tegen de arm zeggen: ‘doe een lepel in mijn mond’. Je moet de arm leren besturen met een joystick. Als mensen dan de basale dingen kunnen, zijn ze tevreden.’ En dat terwijl met zo’n arm vaak veel meer mogelijk is dan mensen denken. ‘Daarom oefenen we. En dat doen we in een omgeving die we opgezet hebben als een skatepark: veilig en gericht op samen experimenteren op een leuke manier tips en trucs delen. Het idee is dat cliënten elkaar laten zien wat er kan, en van elkaar leren, elkaar uitdagen. Als iets misgaat, hoort dat erbij, net als wanneer je leert skaten. Zo’n opzet werkt veel beter dan dat er een mevrouw langskomt die uitlegt hoe het moet.’

 

Kennis maken en kennis delen. Dat is ook de manier waarop Van den Bedem robotica een plek geeft in de organisatie. ‘Sommige mensen zijn er meteen enthousiast over. Maar juist in de zorg zijn er ook collega’s die er weerstand tegen hebben. Ze zijn de zorg ingegaan omdat mensen hun interesse hebben, niet per se technologie. Hier komt langzaam verandering in. Sommigen zijn bang dat robots hun banen overnemen. Nou, dat gaat niet gebeuren. Ten eerste is er nu al een tekort aan mensen. En ten tweede kúnnen robots dat voorlopig helemaal niet. Hoe ik het nu zie, is dat de zorg primair hoort bij de zorgverleners, robots kunnen je daarbij ondersteunen, zodat je niet overbelast raakt. Dat lijkt me voor iedereen zinvol.’

 

Van den Bedem promoot het gebruik van robotica indirect. ‘Doordat we veel onderzoek en testen doen, zijn we in de organisatie. We gaan dan met mensen in gesprek over waar ze tegenaan lopen en hoe we dat kunnen oplossen. De resultaten delen we weer op intranet het liefst door de gebruiker zelf. Zo gaat het steeds meer leven. En altijd geldt: als iets werkt, worden anderen ook enthousiast. Dat zien we bijvoorbeeld bij robot Tessa.

Informatie in de hoofden

Behalve weerstand, is er nog een aantal andere uitdagingen bij robotisering. Wetenschappelijke vastlegging is er een van. Van den Bedem: ‘We zijn zo gericht op de praktijk en het verbeteren door te doen, dat we goed moeten opletten dat we ook aantonen en opschrijven dat het werkt. En hoe dan. Anders wordt het erg lastig om bijvoorbeeld subsidies binnen te halen. Juist binnen de zorg is dat aantonen soms lastig omdat veel cijfers en informatie in de hoofden van mensen zit, je haalt het niet zo even uit een systeem.’

 

Ethiek is ook zo’n uitdaging. ‘Hartstikke interessant’, volgens van den Bedem. ‘We zien dat sommige thema’s typisch Nederlands zijn. Robots die ondersteunen bij het eten bijvoorbeeld, vinden we in Nederland niet prettig. Een cliënt zit dan tegenover een arm en kan van een lepel afhappen die hij zelf bestuurt. Koud en kil vinden we dat hier. Terwijl ze er in Scandinavië hartstikke tevreden over zijn. Het vergroot de autonomie van de cliënt en hij hoeft zich niet opgejaagd te voelen omdat een medewerker nu wel heel lang bij hem zit.’

 

Ander punt is: wat doe je met informatie die je via robots krijgt? ‘Een tijd geleden was er een documentaire over robot Alice. Even los van hoe die was opgezet – het leek alsof die robot veel meer kon dan daadwerkelijk het geval is – zag je daar dat ouderen van alles aan de robot vertellen wat ze niet tegen anderen zeggen. Waarschijnlijk omdat ze zich veilig voelen en een robot geen oordeel heeft. Maar wat nou als iemand tegen de robot zegt dat ie zijn medicijnen maar onzin vindt, en ze daarom nooit inneemt? Mag je daar dan wat mee doen? Het is erg interessant om daar met elkaar over te praten.’

Win-win situatie door samenwerken

Terug naar de praktijk van alledag. Het freestyle robopark is een van de vele projecten waaraan Van den Bedem werkt. Zo is er een meerjarig onderzoeksproject waarin kennisinstellingen, bedrijven en Siza een prototype uitwendig skelet hebben ontwikkeld dat begeleiders aan kunnen trekken zodat ze cliënten gemakkelijker kunnen tillen. Ook heeft Siza Academy Het Dorp opgericht, dat aan de slag is met innovatie in de langdurende zorg. Robotisering is daar ook een thema in. Van den Bedem: ‘We werken in de Academy samen met gebruikers, kennisinstituten, zorgverzekeraars, bedrijven en de overheid. Want uiteindelijk moeten we het samen doen. Gebruikers weten waar ze tegenaan lopen, als je daar goed op doorvraagt, kun je bedrijven helpen daar een goede oplossing voor te vinden. En dan kún je een win-winsituatie creëren. Als de oplossing betaalbaar is tenminste, en daar heb je elkaar voor nodig.’
Menu